Ze had met haar beste vriendin getennist en ging nu haar vader bezoeken in het centrum voor palliatieve zorgen, waar hij die ochtend naartoe was gebracht. Het volle uur dat ze bij haar vaders bed zat, kon ze alleen maar denken aan wat er zich buiten de muren van het centrum afspeelde.

Bij het wegrijden merkte ze dat de oprijlaan aan het begin een kleine splitsing vertoonde. Onder de sparren merkte ze een groene donkerte die rond de bemoste stammen hing. Die gaf haar een gevoel van veiligheid, een gevoel als een eerste herinnering: haar kindervingers die ze angstig in een sterke hand drukte.

(Vandaag verschenen in De Morgen vier miniatuurverhaaltjes uit de nieuwe bundel van Lydia Davis. Niet echt mijn meest favoriete genre, maar intrigerend genoeg om me er zelf eens aan te wagen.)