We hadden allebei wat modderspatten op onze broek. En dus zaten we beiden net voor aanvang van het gebeuren op de tweede rij onze broekspijpen af te kloppen. Een uurtje later bleken wij gedrieën de laureaten van de Tweejaarlijkse Poëzieprijs van de stad Oostende te zijn.

Het gedicht 'Batmanmeisje/Jokerjongen' schreef ik vorige zomer als een dubbel opdrachtgedicht bij een foto van Anne de Gelas.

Batmanmeisje

'Messcherp stapte hij mijn ochtend binnen, de opkomende zon
trok gouden vegen door zijn haar. Lachend – zijn glimlach
karmozijnrood om zijn mond geverfd. Wat gek, dacht ik

dat stilte plots kan stokken en een kamer vol met handen
groeien kan. Ook wist ik dan nog niet hoe haarfijn huid
zich opent en hoe diep. In een armzwaai was het voorbij.

Nu is hij helemaal van mij. Hij kan me in zijn schimmige
bestaan niet meer ontlopen. Bij elk ontwaken lig ik
middendoor gesneden als een broodje op zijn bord.'

Jokerjongen

'Ik luisterde naar wat me werd verteld. Zoals: het sneeuwt
in meisjesbuiken, onze dromen zijn het draaiboek van
de dag, plof iets scherps in een schaduw en hij knapt.

Ik ging waarheen ik werd gestuurd. Betrad een huis waar
beren uit de zoldering groeien. Vond een kind dat boven-
klanken uitstootte, haar oren spitsend als een vledermuis.

Nu wacht zij op me in een dicht geregen huis, met muren
van gelei. Soms zit ze in die muren. Soms tref ik haar aan
onder de stolp van mijn ontbijt.'