1 januari is een dag waarop we onze doden herdenken, ook als ze nog leven, en onze dierbaren aanhalen, ook al zijn ze overleden. Het is een voettocht tussen rusthuis en kerkhof die ik maak, wanneer bij valavond de regendruppels aarzelen.
Betoverende tochten zijn dat, wanneer de rust van de kleine wegen onverstoord is. Ik vraag me af waarom ik dan op zo'n lichte blije manier door de buitenwijken van het dorp dwaal. Het is die verlatenheid.
Dit is nu mijn wereld, hij wordt het mythische Hesterberg en ik, de enige levende ziel die klimt en klimt naar de kale berg, ben er koning. Ik strek mijn handen uit en het miezeren houdt op.
De kerkhofmuur schuift open met het geluid van rammelend ijzer. Om mij heen begint het gefluister. Ik ken mijn weg. Twee keer hou ik halt. Met mijn duim wrijf ik een kus over twee foto's op wit email.
Ik verlaat het oord. Op de top van de berg leg ik een steen. Beneden aan de voet van de berg houdt de betovering op. Ik rol Woord en Verhaal tot een bal, smokkel ze onder mijn jas, twee verstekelingen onderweg naar een betere plek.