Deze week organiseerde Leuven weerhet jaarlijkse Soul Repair Café. Artiesten maken dan een tekening, gedicht oflied voor mensen die rouwen om een verlies en daarover komen vertellen.
Ik heb het tegenover verschillendemensen omschreven als een van de zwaarste en mooiste avonden van het jaar. Dedankbaarheid om een gedicht is groot, maar die om het gesprek nog groter.
Elke keer ga ik er met een bang hartnaartoe, twijfelend of ik een gesprek op pakweg twintig minuten in eenbehoorlijk gedicht zal kunnen omzetten.
Elk jaar lukt dat.
Het is je, in die momenten vanscherpe focus, overgeven aan de muze als aan een bekwame piloot of een zorgzamechirurg. Het is de inspiratie aaien die zich als een hond tegen je voeten aangaat liggen.
Het mirakel van de creatie.
Vaak lees ik de gedichten de dag ernanog eens want ik herinner me dan amper wat ik geschreven heb. Dat wonder, vaakschamel genoeg, komt me dan verrassen.
Dit jaar heb ik aan het laatste duo,moeder en dochter, gevraagd of ik hun het gedicht toch een paar dagen latermocht bezorgen. Na vier uur bleek de bron van de muze dan toch opgedroogd. Wehadden er allemaal vrede mee.
