Een week geleden werd de asse van mijn grootmoeder, Irma, ons moemoe, bijgezet op het kerkhof in Heist-op-den-Berg. Ze was een bijzondere vrouw. Altijd onopvallend, bescheiden en in dienst van anderen.
Tijdens de uitvaartplechtigheid maakte ik deze vergelijking: wij waren bootjes, die allemaal hun eigen koers voeren, soms in dezelfde richting, soms kriskras dooreen, en zij was het water waarop die bootjes mochten varen.
Ze kwam uit een familie van boeren. Haar vader noemde haar ooit liefkozend 'het beste paard uit mijn stal'. Ooit werd ze 'lap-peet' (vervang-meter) van een pasgeborene. Die vrouw is nu ook al bejaard en was met heel haar familie op de uitvaart.
Op zulke momenten voel je hoe diep wortels in de bodem grijpen. En dan fluister ik tot het kind in mij dat nog steeds bij haar op de arm zit: wees daar dankbaar om. Liefde.