J., een van de hoofdredacteurs voor wie ik geregeld werk, had een wat aparte opdracht voor me. Een stuk schrijven dat misschien pas over enkele weken, misschien pas over een half jaar zou verschijnen. Een in memoriam, maar dan een in memoriam voor iemand die nog leeft.

De beroemdheid wiens leven ik al mag beschrijven nog voor het helemaal afgelopen is, luistert naar de naam Mohammed Ali. Een monument staat op instorten en de sloop zal niet lang op zich laten wachten.

Mohammed Ali is een van die legendarische sportfiguren over wie ik mijn vader en andere volwassen mannen weleens hoorde spreken. Iconen die fascineerden omdat je alleen met ontzag over hen had horen spreken.

Eén anekdote wil ik hier graag kwijt. Een jaar of acht geleden wordt Ali voor The Sunday Times geïnterviewd. Ali begint steeds heviger te trillen. Het beven verspreidt zich snel. Na een halve minuut stilte slaat Ali voorover. 'Champ! You okay?' roept de journalist in paniek uit. Ali richt langzaam het hoofd op met de brede glimlach van een achtjarige en zegt: 'Scared ya, huh?'

Wie op die leeftijd zo is, moet wel een bijzonder, en allicht ook goed, mens zijn.