De voorbije weken publiceerde ik op mijn Facebookpagina de oorlogsdagboeken (1942-45) van mijn grootvader Marcel Mans. Het begon als houvast en het groeide uit tot een dagelijkse afspraak.
Vanaf de eerste dag begon ik zelf ook een dagboek bij te houden over deze periode. We zijn dag op dag drie maanden verder en sinds vanavond ben ik weer thuis.
Het is vreemd om op die periode terug te blikken. Ze is tegelijk nonchalant snel en zorgzaam traag voorbijgegaan. Het dagboek telt 15.000 woorden.
Ik begon te wandelen. Aanvankelijk omdat ik wist dat ik er rustig van werd. Nadien bleef ik het doen omdat ik het fijn vond. Met een ruwe schatting kom ik uit op 500 à 600 kilometer.
Half april, op een moment dat ik het niet meer verwachtte, zette mijn grootste opdrachtgever zijn activiteiten voor drie maanden stil. Dat was, na 17 maart, een nieuwe dag nul. Het kostte me een week om dat te verwerken en dan sloeg de motor aan. Ik zou mijn roman gaan afwerken. We zijn acht weken en 20.000 woorden verder.
Mijn grootvader sloot zijn oorlogsdagboek af met: 'In de namiddag rond 17 uur ben ik thuis.' Ik noteerde daarnet: 'Om 19.30 uur ben ik weer thuis.' Hij was toen anderhalf jaar van huis, ik drie maanden.
