- zaterdag 14 maart, 19 uur -

De stad klinkt zoals het dorp van mijn jeugd op een late zomeravond, net voor het donker wordt. In de frisse lucht fluiten vogels. De huizen zijn gesloten, de meeste rolluiken al neergelaten. Hier en daar brandt licht en staat de tv aan. Een enkele auto, die dubbel zo luid ronkt, het echoot bijna. Een gezin wandelt naar huis.

Aan het grote speelplein zitten enkele jongeren in een hoekje op de trappen. Ze zijn op één hand te tellen. Wat verder zit een stelletje. De Dijle stroomt als een donkere streep door de stad, je hoort het water.

In de Wieringstraat zit het populaire restaurant potdicht. Achter het raampje naast de deur hangt een briefje waarop uitgelegd wordt dat het vanwege COVID-19 is, en hoe je afhaalmaaltijden kunt regelen.

Op de Oude Markt is er zo goed als niemand. De langste toog staat droog. Enkele mensen kruisen de markt met een zak afhaaleten. In het midden van de felverlichte lege zaak staat een eenzame dienster mistroostig naar buiten te kijken.

Halverwege hangen aan mijn oude stamkroeg nog de papieren van de tijdelijke sluiting. Ik heb de Muntstraat op alle uren van de dag gekend, maar ik heb ze nooit zo verlaten geweten als nu.

In de etalage van een winkel in geschenkartikelen zie ik de schort die ik daar al enkele keren heb zien hangen. Er staat WEEKEND op, met daaronder een bijna gevulde progressiebalk en LOADING...

Maar het weekend zal niet opgeladen geraken. Ik vraag me af wanneer het dat opnieuw zal doen.