Het kan geen toeval geweest zijn. Net toen ik vanochtend de krant opensloeg op de pagina waar de dramatisch dalende verkoop van dichtbundels besproken werd, vormde poëzie de headline op het radionieuws. Paul Demets heeft de Herman De Coninckprijs gewonnen.

Er worden bijzonder weinig dichtbundels verkocht, zelfs bibliotheken schaffen nog amper poëzie aan. Poëzie krijgt meer en meer de allure van een bedreigde diersoort: dalende aantallen, ondergangsprofeten aan de ene kant, aan de andere kant belangengroepen die aan de alarmbel hangen.

Donderdag is het weer van dattum: dan trekt iedereen en masse naar de evenementen rond Gedichtendag. Mooi, maar: ook daarbuiten behoort poëzie te kunnen lopen, rennen, zwemmen, rondfladderen in bundels, tijdschriften, op podia. Daar komt ze beter tot haar recht dan wanneer eenmalig de grote poorten naar het reservaat opengaan.

En bij deze een dringende oproep aan de opzichters: laat achteraf de deuren van de kooien eens wijd open staan.