Enkele dagen geleden, op 10 mei, was het tachtig jaar geleden dat de beruchte boekverbranding door de Nazistudenten in Berlijn plaatsvond. Op de Bebelplatz bevindt zich sinds 1995 een gedenkteken: door een glazen plaat zie je een kleine ondergrondse ruimte met hagelwitte lege boekenkasten.
Enkele weken geleden schreef ik in de cyclus 'Berlijn-Polen' een gedicht over die plek:
Bebelplatz – Bibliothek
Het verleden is ontruimd, de ruimte wit
lege kasten in de kelder bijgezet.
Hier gaan de boeken ondergronds.
Op de lege planken komt een avond tot leven
waarin de regen kouder valt dan vlammen.
Het meivuur knettert
een ouverture, in een juichende arena
doet de brandweer zijn averechtse plicht
stormriemen strak onder de kin.
Anno tweeduizend zoveel
is het plein doordeweeks
de put gevuld met de weerspiegeling
van een troep studenten, een fietswiel en
een wapperende parka, tegen de wind
wordt een sigaret moeizaam aangestoken.